Jonathan Okita

Discussies over spelers, trainers, tactiek etc.
nmgn2018
Berichten: 868
Lid geworden op: vr 18 mei 2018, 15:35
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door nmgn2018 »

DJTEEF! schreef:
zo 15 mei 2022, 19:33
noviomagum schreef:
zo 15 mei 2022, 18:39
DJTEEF! schreef:
zo 15 mei 2022, 18:36
Ik vind het moeilijk Okita te beoordelen obv dit seizoen: met een spits als Akman valt gewoon niet te voetballen.
En als spits valt het niet mee met zulke buitenspelers en middenvelders!
Akman is net zo slecht als die andere 2 daarom hebben we een nieuwe voorhoede nodig!
Akman is (nog) veel slechter dan Okita en Tavsan.
precies. het vasthouden aan akman heeft ons play offs gekost.
ik zou de bal ook niet afgeven met zo’n spits naast me.

noviomagum
Berichten: 6715
Lid geworden op: vr 23 jan 2015, 12:55
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door noviomagum »

nmgn2018 schreef:
zo 15 mei 2022, 21:53
DJTEEF! schreef:
zo 15 mei 2022, 19:33
noviomagum schreef:
zo 15 mei 2022, 18:39
DJTEEF! schreef:
zo 15 mei 2022, 18:36
Ik vind het moeilijk Okita te beoordelen obv dit seizoen: met een spits als Akman valt gewoon niet te voetballen.
En als spits valt het niet mee met zulke buitenspelers en middenvelders!
Akman is net zo slecht als die andere 2 daarom hebben we een nieuwe voorhoede nodig!
Akman is (nog) veel slechter dan Okita en Tavsan.
precies. het vasthouden aan akman heeft ons play offs gekost.
ik zou de bal ook niet afgeven met zo’n spits naast me.
Met zowel Okita als Tavsan maakt het niet uit welke spits er staat je krijgt geen bal als spits hoe goed of slecht je ook bent

Gebruikersavatar
mschr
Berichten: 34211
Lid geworden op: zo 03 jun 2007, 17:14
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door mschr »

noviomagum schreef:
zo 15 mei 2022, 22:10
nmgn2018 schreef:
zo 15 mei 2022, 21:53
DJTEEF! schreef:
zo 15 mei 2022, 19:33
noviomagum schreef:
zo 15 mei 2022, 18:39
DJTEEF! schreef:
zo 15 mei 2022, 18:36
Ik vind het moeilijk Okita te beoordelen obv dit seizoen: met een spits als Akman valt gewoon niet te voetballen.
En als spits valt het niet mee met zulke buitenspelers en middenvelders!
Akman is net zo slecht als die andere 2 daarom hebben we een nieuwe voorhoede nodig!
Akman is (nog) veel slechter dan Okita en Tavsan.
precies. het vasthouden aan akman heeft ons play offs gekost.
ik zou de bal ook niet afgeven met zo’n spits naast me.
Met zowel Okita als Tavsan maakt het niet uit welke spits er staat je krijgt geen bal als spits hoe goed of slecht je ook bent
Onzin. Bronkhorst kreeg als spits voldoende kansen. Gewoon omdat hij duels wint en in het strafschopgebied staat of komt. Dat geldt allemaal niet voor Akman.

nmgn2018
Berichten: 868
Lid geworden op: vr 18 mei 2018, 15:35
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door nmgn2018 »

mschr schreef:
zo 15 mei 2022, 22:17
noviomagum schreef:
zo 15 mei 2022, 22:10
nmgn2018 schreef:
zo 15 mei 2022, 21:53
DJTEEF! schreef:
zo 15 mei 2022, 19:33
noviomagum schreef:
zo 15 mei 2022, 18:39
DJTEEF! schreef:
zo 15 mei 2022, 18:36
Ik vind het moeilijk Okita te beoordelen obv dit seizoen: met een spits als Akman valt gewoon niet te voetballen.
En als spits valt het niet mee met zulke buitenspelers en middenvelders!
Akman is net zo slecht als die andere 2 daarom hebben we een nieuwe voorhoede nodig!
Akman is (nog) veel slechter dan Okita en Tavsan.
precies. het vasthouden aan akman heeft ons play offs gekost.
ik zou de bal ook niet afgeven met zo’n spits naast me.
Met zowel Okita als Tavsan maakt het niet uit welke spits er staat je krijgt geen bal als spits hoe goed of slecht je ook bent
Onzin. Bronkhorst kreeg als spits voldoende kansen. Gewoon omdat hij duels wint en in het strafschopgebied staat of komt. Dat geldt allemaal niet voor Akman.
:withstupid:

Gebruikersavatar
Gerard Lopez
Berichten: 6223
Lid geworden op: zo 03 jun 2007, 23:45
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door Gerard Lopez »

mschr schreef:
zo 15 mei 2022, 22:17
noviomagum schreef:
zo 15 mei 2022, 22:10
nmgn2018 schreef:
zo 15 mei 2022, 21:53
DJTEEF! schreef:
zo 15 mei 2022, 19:33
noviomagum schreef:
zo 15 mei 2022, 18:39
DJTEEF! schreef:
zo 15 mei 2022, 18:36
Ik vind het moeilijk Okita te beoordelen obv dit seizoen: met een spits als Akman valt gewoon niet te voetballen.
En als spits valt het niet mee met zulke buitenspelers en middenvelders!
Akman is net zo slecht als die andere 2 daarom hebben we een nieuwe voorhoede nodig!
Akman is (nog) veel slechter dan Okita en Tavsan.
precies. het vasthouden aan akman heeft ons play offs gekost.
ik zou de bal ook niet afgeven met zo’n spits naast me.
Met zowel Okita als Tavsan maakt het niet uit welke spits er staat je krijgt geen bal als spits hoe goed of slecht je ook bent
Onzin. Bronkhorst kreeg als spits voldoende kansen. Gewoon omdat hij duels wint en in het strafschopgebied staat of komt. Dat geldt allemaal niet voor Akman.
Allemaal leuk en aardig maar Akman speelt wel lekker CL volgend seizoen
When Wilco talks, people listen!

Gebruikersavatar
gladiator
Berichten: 3511
Lid geworden op: za 17 mei 2008, 00:40
Locatie: Beuningen
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door gladiator »

Gerard Lopez schreef:
zo 15 mei 2022, 22:35
mschr schreef:
zo 15 mei 2022, 22:17
noviomagum schreef:
zo 15 mei 2022, 22:10
nmgn2018 schreef:
zo 15 mei 2022, 21:53
DJTEEF! schreef:
zo 15 mei 2022, 19:33
noviomagum schreef:
zo 15 mei 2022, 18:39


En als spits valt het niet mee met zulke buitenspelers en middenvelders!
Akman is net zo slecht als die andere 2 daarom hebben we een nieuwe voorhoede nodig!
Akman is (nog) veel slechter dan Okita en Tavsan.
precies. het vasthouden aan akman heeft ons play offs gekost.
ik zou de bal ook niet afgeven met zo’n spits naast me.
Met zowel Okita als Tavsan maakt het niet uit welke spits er staat je krijgt geen bal als spits hoe goed of slecht je ook bent
Onzin. Bronkhorst kreeg als spits voldoende kansen. Gewoon omdat hij duels wint en in het strafschopgebied staat of komt. Dat geldt allemaal niet voor Akman.
Allemaal leuk en aardig maar Akman speelt wel lekker CL volgend seizoen
En dat geloof jij whahaha. Die gaat volgend seizoen naar fc saarbrucken
Liever niet degraderen dan twee pandaberen

Erik27
Berichten: 67
Lid geworden op: di 08 feb 2022, 11:42
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door Erik27 »

Okita wat een drama is dat zeg. Komt zijn man niet voorbij, ballen hoog over door veel te onrustig en te snel schieten, wint geen duel. Die had juist gewisseld moeten worden vandaag. Gewoon moeten wisselen voor cissoko en met 2 spitsen spelen.

flipsen
Berichten: 10580
Lid geworden op: do 02 jul 2009, 10:34
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door flipsen »

Erik27 schreef:
ma 16 mei 2022, 00:49
Okita wat een drama is dat zeg. Komt zijn man niet voorbij, ballen hoog over door veel te onrustig en te snel schieten, wint geen duel. Die had juist gewisseld moeten worden vandaag. Gewoon moeten wisselen voor cissoko en met 2 spitsen spelen.
idd , blij dat ie opstapt, voegt niks meer toe ....
Canis timidus vehementius latrat quam mordet

Gebruikersavatar
burp
Berichten: 20547
Lid geworden op: zo 03 jun 2007, 15:58
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door burp »

Blijft de promotie held. Verdient ook meer respect.
Is altijd hard blijven werken, het resultaat was ook altijd zeer wisselend: alles of helemaal niks.
Ben benieuwd waar die op gaat duiken, en wens hem alle succes! :sjaal:

Gebruikersavatar
hoMer
Berichten: 716
Lid geworden op: ma 04 jun 2007, 18:23
Locatie: Amsterdam
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door hoMer »

Misschien een beetje gek, maar nu onze promotieheld Okita vertrekt, vinden jullie het misschien mooi om de ode aan Okita die ik dit jaar in Hard Gras heb geschreven te lezen. Wat anderen er ook van vinden, hij is toch mijn held.

Het gaat ook heel erg over mezelf en over mijn sport tennis, maar het lijkt me toch mooi om te delen met de echte NEC-fans. Eigenlijk is dit niet de bedoeling, maar aangezien ik er niet vanuit ga dat mensen nu nog een Hard Gras van maart kopen, plaats ik het hier. Mocht je dit nou mooi vinden, overweeg dan ook eens een abonnement op hardgras, via www.hardgras.nl.

---
Het innerlijke spel van Jonathan Okita
Dat het thuispubliek fluit en scheldt, lijkt Jonathan Okita niet te deren. Tergend langzaam wandelt hij naar de zijlijn. Niets nieuws, zo’n treuzelwissel. Waarom haasten als de gewenste stand al op het bord staat? Maar dit is anders. Robert Mühren heeft tien minuten eerder Cambuur Leeuwarden via een penalty op voorsprong gezet en Okita speelt toch echt voor NEC.

Mijn liefde voor Jonathan Okita begon met een zelfhulpboek over tennis. Een tegenstander raadde het me aan. Ik startte sterk tegen ‘m, bijna achteloos sloeg ik de ballen waar ik ze wilde hebben, de eerste set was zo binnen. Daarna begon de ellende. Eerst waren het nog kleine foutjes: een bal ietsje naast de lijn of in het net, maar het werd van kwaad tot erger. Hoe harder ik mijn best deed geen fouten te maken, hoe groter de fouten werden. Op het einde van de wedstrijd vlogen ballen meters uit of onder in het net. De enige manier om binnen de lijnen te blijven was door de bal heel voorzichtig over het net te duwen. Totaal verkrampt verloor ik de beslissende set met 6-1.

Als ik een profvoetballer opzichtig zie falen, fantaseer ik wel ’s over de vraag of ik het beter had gedaan in zijn positie, maar meestal is er nog wel de realiteitszin om die vraag ontkennend te beantwoorden. Dit keer niet: op 31 januari 2020, in de wedstrijd tegen Cambuur, had NEC beter mij kunnen opstellen. Als Okita moet kaatsen, volgt een makkelijk te onderscheppen rollertje. Als hij wel een bal aan de voet houdt, loopt-ie er net zo lang mee in een willekeurige richting totdat een tegenstander bereid is ‘m van hem over te nemen, “voorzetten” verdwijnen linea recta over de achterlijn. Maar het ergste is de schijnbare desinteresse: het gesjok, het gebogen hoofd, duels verliest hij niet – was dat maar zo – hij ontwijkt ze. Alles wat hij doet lijkt slap. Fansite ForzaNEC beloont het optreden met het laagste cijfer ooit, een 2,5: ‘Als je er geen zin in hebt, blijf dan lekker thuis.’

‘Weet je wat jouw probleem is?’, vroeg mijn tegenstander na de wedstrijd, om meteen zelf het antwoord erachteraan te geven: ‘Je vertrouwt je eigen lichaam niet.’ Dat soort types heb je veel op tennisbanen, die denken dat de verliezer het leuk vindt om nog even met een biertje erbij het eigen falen na te beschouwen. ‘Dat klopt, en dat is volledig terecht!’, probeerde ik nog in de hoop het gesprek kort te houden. ‘Dat is helemaal niet terecht, je begon geweldig maar je verloor van jezelf.’ Ah ja, van jezelf verliezen, nog nooit eerder gehoord, thanks man! Dit was een man die op LinkedIn zonder ironie een plaatje deelt van een roedel wolven en hoe je daar als bedrijf van kunt leren, het allerergste soort man. ‘Nou, als ik van mezelf heb verloren, heb ik in elk geval van iemand gewonnen!’, was mijn laatste poging tot afkappen, maar hij was onverbiddelijk: ‘Nee, je hebt van niemand gewonnen, je hebt echt alleen van jezelf verloren. Ik heb dit ook zo vaak meegemaakt, maar dankzij een boek dat ik heb gelezen gaat het nu veel beter. Wat is je e-mail?’ Ik gaf mijn e-mailadres, hij pakte zijn telefoon en nog geen minuut later zat er een ebook in mijn inbox: The Inner Game of Tennis, van Timothy Gallwey, uit 1974. Het beste sportboek dat ik ooit heb gelezen.

The Inner Game leerde me dat er twee manieren zijn om je lichaam te besturen. Bewust en onbewust. Dat geldt voor tennis, maar ook voor dansen, seks, autoracen, en natuurlijk voor voetbal. Wie bewust een hoge bal aanneemt, denkt na over met welk lichaamsdeel hij de bal gaat stoppen en als het de rechtervoet wordt, waar hij zijn linkerbeen dan neerzet, hoe hij de vaart uit de bal gaat halen en welke kant van de voet hij daarvoor het meest geschikt vindt. Een onbewuste beweger kijkt naar hoe de bal komt aanvliegen en neemt ‘m aan. Hoe hij het doet weet-ie niet, hij doet gewoon. In het algemeen heb je meer succes met die onbewuste methode. Niet te veel nadenken over hoe je beweegt en vertrouwen op je lichaam. Je hebt al zo vaak tegen een bal geslagen, je hebt al zo vaak een hoge bal aangenomen, waarom zou je je lichaam nog allerlei instructies meegeven? Het heeft eigenlijk iets arrogants. De hele dag wandel je overal heen zonder ook maar één keer na te denken over hoe je dat eigenlijk doet. Maar op het moment suprême, als de bal jouw richting opkomt, ga jij je spieren met jarenlange ervaring vertellen wat ze moeten doen?

Onbewuste bewegers hebben doorgaans een ontspannen gezicht, je lichaam weet immers best dat je geen wangspieren nodig hebt om tegen aan bal te slaan of te schoppen. Die ontspannenheid wordt nog wel eens verward met nonchalance maar zolang het goed gaat, oogt het aantrekkelijk. Messi die in Camp Nou achteloos de bal over de keeper heen stift, Federer die op het centre court van Wimbledon haast verveeld een volley weglegt, Harry Mens in Businessclass die schijnbaar onbewogen het zoveelste topinterview afneemt. Jaloersmakend. En zolang het resultaat goed is, hoor je niemand klagen. Dan is het iemand ‘in the zone’, die ‘ijzig kalm blijft’. Pas als het misgaat komt de kritiek: hij is er ‘met z’n kop niet bij’, hij ‘doet zijn best niet’, hij heeft niet ‘de pure wil om te winnen’.

Tijdens de bewuste tenniswedstrijd hoorde je mij in de eerste set niet klagen, pas toen er kleine fouten in mijn spel slopen begon het gezeik. De resultaten van het spel van mijn onbewuste zelf vielen even een beetje tegen en hóp, mijn bewuste zelf nam het weer over. Mijn eigen lichaam ging niet bepaald goed om met die motie van wantrouwen en dat liet ik het weten ook. ‘Jezus, fucking hel, wat kan je wél?!’ Ik ging houteriger bewegen en hoe meer instructies ik aan mijn spieren gaf, hoe erger het werd. Zeker als een wedstrijd spannender wordt, is het extreem moeilijk om te blijven vertrouwen in je eigen kunnen wanneer de resultaten uitblijven. Om niet heel bewust harder je best te gaan doen, maar te blijven geloven in die spieren die je al zo lang van hot naar her brengen. De angst om te verliezen of de wil om te winnen werkt dan verlammend.

Voordat ik dat boek kreeg, is het me nooit geluk om de negatieve spiraal van frustratie over het eigen falen, harder je best doen en als gevolg daarvan nog harder falen om te keren. En met nooit bedoel ik letterlijk nul keer. Maar het boek staat vol met trucs waarmee ik mijn onbewuste zelf weer aan het werk kan zetten. Probeer bijvoorbeeld het merkje op de bal die op je afkomt te lezen, als je hoofd dat probeert heeft het geen tijd om instructies te geven, en naar de bal kijken moest je toch al doen. En stop met jezelf veroordelen: zeg na een punt niet ‘wat een klotebal, lul’, maar vraag je af waarom die bal in het net kwam en hoe je dat de volgende keer beter zou kunnen doen. Dat doe je natuurlijk wel bewust: je maakt een plan om betere resultaten te halen, maar daarna laat je het aan je onbewuste zelf over om dat uit te voeren. Je lijf heeft er niets aan als het bestraffend wordt toegesproken.

En dan had ik als amateurtennisser alleen last van mijn eigen kritiek, stel je eens voor dat je Jonathan Okita bent en er helemaal niets lukt. Deze week niet, vorige week niet en als de voortekenen niet bedriegen volgende week ook niet. Hoe blijf je dan nog geloven in je eigen lijf? Daar komt bij dat voetbal een sport is waarbij aanvallend per definitie heel veel niet lukt. Zelfs na anderhalf uur voetballen is het vaak nog 0-0. Een doelpunt maken is krankzinnig moeilijk, zeker als tien geïrriteerde teamgenoten en duizenden supporters ¬– omdat NEC al jaren kut speelt, zijn het er gelukkig ook weer niet zóveel – je van alles toeschreeuwen. De mensen willen aantoonbare inzet zien: opgestroopte mouwen, een forse tackle, een opzwepend gebaar naar de eigen tribune of desnoods een felle discussie met de scheidsrechter. Iets waarmee je laat zien dat je er zelf ook van baalt, dat je wel degelijk wil winnen. Een supportershand is snel gevuld, geef ze iéts. Maar Okita geeft helemaal niets. Dus het oordeel is geveld: hij is er met z’n kop niet bij, heeft niet de wil om te winnen.

In de 66e minuut wordt Okita uit z’n lijden verlost door publiekslieveling Randy Wolters, die onmiddellijk driftig een corner versiert en het publiek opzweept. Ik vind het afschuwelijk, het contrast met zo’n Wolters, die er prat op gaat dat hij bij elke club waar hij komt goed ligt bij de supporters, die zich laat fêteren in het supportershome door een biertje te drinken met de harde kern, die de helft van de tijd na de wedstrijd ook het uitvak uitgebreid bedankt omdat hij bij hun club ook nog een tijdje de demagoog heeft uitgehangen. Zo’n reserve-Dirk Kuyt die zonder ironie stelt dat hij zich als gewone jongen altijd thuis heeft gevoeld bij ‘echte volksclubs’. Zo’n jongen die ‘misschien niet altijd goed speelt, maar altijd laat zien dat hij er álles aan doet om te winnen.’

Okita zou nooit prat gaan op het feit dat hij ‘een gewone jongen is’, hoewel hij volgens het ‘started from the bottom now we’re here’-principe van Drake toch meer recht van spreken heeft dan een Kuyt of Wolters. Hij werd geboren in Köln, als zoon van Congolese ouders. Hij was vijf toen het gezin naar de banlieus van Parijs vertrok, omdat zijn vader daar werk vond. Hij zag de armoede, drugs en criminaliteit, maar naar eigen zeggen werd hij niet verleid: ‘In de hele wereld wordt in drugs gehandeld. Ik zag het rond me gebeuren, maar ik was jong. Ik heb een heel rustig karakter. […]. Mijn ouders hebben me goed opgevoed. Ik weet wat goed en fout is.’ Als Okita al met pers praat, spreekt hij Engels en nooit een woord te veel.

Na tien jaar in Frankrijk, verhuisde de familie Okita naar Brussel, op zijn zestiende debuteerde hij als prof in de Belgische Tweede klasse bij AFC Tubize, zijn debuut op het hoogste niveau volgde bij Standard Luik, na twee potjes in het eerste volgden vruchteloze huurperiodes bij KV Roeselare en Union Sint Gillis. Zonder een doelpunt gemaakt te hebben op welk Belgisch niveau dan ook, vertrok hij op z’n twintigste transfervrij naar Maastricht. Bij MVV maakte hij indruk, hij scoorde negentien keer en verdiende een transfer naar NEC.

Na een keurig eerste seizoen met vijftien doelpunten en dertien assists komt de klad erin, met als dieptepunt die thuiswedstrijd tegen Cambuur Leeuwarden. Ondanks de nadrukkelijk getoonde inzet van Randy Wolters verliest NEC met 0-2, door nog een goal van Mühren. Niet veel later maakt corona abrupt een einde aan het seizoen. NEC eindigt achtste, Wolters vertrekt naar Griekenland, waar hij ongetwijfeld goed ligt bij de supporters. Zijn hoogtepunt volgt in 2021, wanneer hij zwemmend te zien is in de videoclip van ‘Ik ga zwemmen’ (in Bacardi Lemon) van Mart Hoogkamer. Okita blijft steken op zes doelpunten. In de zomer probeert de club hem te verkopen, zelf geeft hij aan ook het liefst te vertrekken, maar niemand wil ‘m hebben.

En dus begint NEC aan alweer het derde jaar in de Keuken Kampioen Divisie met Okita in de aanval. Zijn speelstijl en instelling veranderen niet. Een typisch moment van Okita uit vorm: hij krijgt een bal ingespeeld met zijn rug naar de goal, zet zijn lichaam niet echt tussen de bal en de verdediger, lijkt de bal te verliezen maar duwt ‘m behendig over de voet van de tegenstander, hij kan de vrije man op het middenveld makkelijk inspelen maar kiest voor een ingewikkeld een-tweetje met zijn collegaspits, passt te zacht, is de bal kwijt en probeert nog geen minuut later precies hetzelfde nog een keer, tevergeefs.

De Okita van MVV en het eerste seizoen van NEC lijkt verdwenen. De nonchalance is er nog, de resultaten al lang niet meer. En eigenlijk is dat niet zo gek. Okita is namelijk helemaal niet zo’n goede voetballer. Ik heb een bevriende scout gevraagd om zijn rapport van Okita en het oordeel is niet mals. Wat valt onder het kopje ‘techniek’ is in elk geval niet eredivisiewaardig: een bal aannemen, met de bal aan de voet een directe tegenstander passeren en eigenlijk alles wat hij doet in de kleine ruimte is ondermaats. Dat wil niet zeggen dat hij het niet kan, maar wel dat het vaker misgaat dan bij anderen. In de open ruimte, dus op de counter is het nog wel aardig, maar NEC speelt in de Keuken Kampioen Divisie, waar tegenstanders slim genoeg zijn om die ruimte niet te geven. Of ze zijn simpelweg te slecht om van de eigen helft af te komen.

Toch blijf ik hopen op een opleving van Okita. Hij is niet bepaald de enige die in een vormcrisis zit, maar een hoop andere spelers heb ik überhaupt nog nooit iets bijzonders zien doen in een NEC-shirt. Van Okita weet ik dat hij het kan, ik heb het zelf gezien. Een typische actie van een Okita in vorm: hij begint te sprinten, niemand houdt ‘m bij, maar hij krijgt de bal achter zich gespeeld waardoor al het tempo uit de aanval is, hij houdt noodgedwongen in en zijn tegenstander haalt hem bij, maar met de bal aan de voet drijft hij de verdediger naar achteren, hij lijkt de bal te ver voor zich uit te spelen, de verdediger hapt, Okita passeert met een rechtse sleep, waardoor de bal voor zijn mindere linkervoet belandt, die hoek is niet makkelijk, maar met links schuift hij de bal laag in de lange hoek. Zijn acties zijn opportunistisch, het is hopen op een wonder en als dat wonder uitblijft vraag je je af waarom hij het in hemelsnaam in zijn hoofd haalde erin te geloven.

Als het dan eens wel lukt en hij na de wedstrijd een compliment van een journalist krijgt, reageert Okita uiterlijk onbewogen dat hij ‘happy’ is met de ‘three points’ en ‘happy’ dat hij het team heeft kunnen helpen: ‘I just do my thing you know.’

‘I just do my thing’, met dat citaat kun je Okita het best samenvatten. Maar dat ding dat hij doet, lukt al tijden niet meer. Het zit erin, maar het komt er niet uit. En dat is voor veel supporters erger dan een speler bij wie het er sowieso niet in zit. Hij krijgt op sociale media de volle laag: hij is een broodvoetballer, zit met zijn hoofd al lang bij een andere club, dat hij nog steeds zijn interviews in het Engels geeft, zegt genoeg over zijn binding met de club, en je kunt toch aan zijn spel zien dat het ‘m allemaal geen reet interesseert? Ik heb wat teamgenoten gevraagd of ze het eens zijn met die kritiek. Ze omschrijven Okita als een lieve, rustige jongen, maar niet als iemand die zijn best doet de vooroordelen over hem weg te nemen: ‘Waar ik wel een beetje jaloers op was, is dat het leek alsof het hem allemaal niet kon schelen’, zegt een oud-teamgenoot die inmiddels in het buitenland voetbalt. ‘Hij kwam altijd als laatste op de club bij het ontbijt, soms een paar minuten te laat. In het veld leek hij ook schijt te hebben, dat bedoel ik positief. Hij deed altijd z’n ding en als twee acties mislukte, maakt hij de derde keer weer een actie, ondanks dat jongens hem coachten of ondanks dat het publiek zat te nuilen.’

Dat nuilen, het gecultiveerde Nijmeegse zeuren op alles, bereikt Okita dat seizoen wel degelijk. Er komt naar buiten dat hij kampt met mentale problemen, een depressie wordt zelfs beweerd. ‘Ik had het gevoel dat alles misging’, zegt hij daar later over. ‘Voor het eerst in mijn carrière. Ik ben ook niet goed met de situatie omgegaan. Ik bekeek alles negatief’. Een andere omgeving zou hem goed doen, is de consensus in Nijmegen. Het liefst in Frankrijk, waar hij zich thuis voelt, en het liefst nog in de winterstop. Zo’n tobber in de selectie kunnen we niet gebruiken, we moeten promoveren, alle neuzen dezelfde kant op alstublieft.

Maar omdat andere clubs ook niet direct een versterking zien in een niet-scorende, aanvaller met motivatieproblemen, blijft Okita ook de tweede helft van het seizoen bij NEC, waar hij steeds vaker genoegen moet nemen met invalbeurten. Met het aanvalsduo Rangelo Janga en Elayis Tavsan bereikt NEC als zevende van de ranglijst ternauwernood de play-offs om promotie naar de eredivisie, waar geen rol weggelegd lijkt voor Okita. Maar in de eerste wedstrijd, uit tegen Almere, staat hij toch weer in de basis. Tavsan is geblesseerd afgehaakt en er is geen alternatief. Niet dat het supporters veel uitmaakt; of ze nou met Tavsan of Okita spelen, het vertrouwen in promotie is er sowieso niet.

Toch begint NEC uitstekend. Trainer Rogier Meijer heeft besloten in de play-offs met een extra verdediger te spelen en te leunen op de counter. Je speelt toch tegen de betere ploegen uit de competitie. Zijn aanpak heeft succes: Almere wordt verslagen en Okita scoort zowaar twee keer, in de complete competitie voorafgaand aan de play-offs maakte hij er maar vier. De 0-1 komt voort uit een lange bal die niet goed verwerkt wordt door een verdediger, Okita pikt ‘m op, kopt zichzelf al rennend richting het doel, passeert nog een verdediger en schuift de bal linksonder in het doel. De tweede goal is een makkie: door een fout van de keeper krijgt hij de bal voor zijn voeten, hij hoeft hem alleen maar in het lege doel te schuiven: 0-4. Daarna wint NEC thuis met 3-0 van Roda. Okita maakt de laatste treffer, wederom door alerter te zijn op een doorgekopte lange bal. Na vier jaar malaise is NEC tegen alle verwachtingen in nog maar één wedstrijd verwijderd van eredivisievoetbal.

Iedereen die een sport beoefent, herkent het: het moment dat je even buiten jezelf lijkt te treden en iets doet wat je zelf ook niet voor mogelijk had gehouden. Ik ben een tennisser met een matige motoriek en aangeboren concentratieproblemen, elke wedstrijd is een confrontatie met mijn tekortkomingen, maar soms slaat iemand een lob over me heen, ren ik er achteraan en sla ik ‘m zomaar opeens zonder te kijken achterstevoren langs mijn rug, strak langs de lijn. Maar het lastige is: alleen als ik het lef hebt onbewust te blijven bewegen, kan ik zo’n wonder laten gebeuren. Omdat ik zo’n bal altijd sla op het moment dat ik onbewust beweeg, kan ik het achteraf zelf ook niet helemaal geloven. Het is altijd alsof iemand anders die bal sloeg. The Inner Game leerde me dat ik dat wel degelijk zelf ben. Ik zal nooit proftennisser worden of zelfs ook maar clubkampioen, maar soms laat ik het wonder gebeuren, en als het gebeurt ben ik even ultiem gelukkig. Ik wou dat iemand eens zo’n bal filmde, ik zou het eindeloos terugkijken.

Ik heb me bij Okita wel eens afgevraagd of hij weet van al die theorie over bewust en onbewust bewegen. Zijn stoïcijnse houding lijkt me aangeboren, maar hoe summier ook: ‘gewoon je ding blijven doen’ is in feite precies waar dat hele boek om draait. Gewoon mijn ding blijven doen is geen talent van me. Als kind werd mij verteld dat ik ‘een goed stel hersens’ had, maar ook dat mijn motoriek slecht was. Ik deed mee aan de selectiedagen voor een tennisschool, maar al bij het warmlopen struikelde ik tijdens de kruispas over mijn eigen benen, met een forse schaafwond op mijn knie tot gevolg. De rest van het uur was voor spek en bonen. Mijn jongere broer daarentegen barstte van het talent, bewonderend keek ik toe hoe hij kampioen van Gelderland werd. Dat was voor mij niet weggelegd en daar had ik vrede mee. Wel ben ik altijd blijven spelen, elke wedstrijd keihard werkend, als een tennissende Randy Wolters, scheldend op mijn eigen lichaam, maar toch ook stiekem hopend dat het allemaal een keer mijn kant op zou vallen.

En ik ben altijd naar NEC blijven kijken. Balend, soms scheldend, maar ik kan het de matig presterende voetballers nooit echt kwalijk nemen. Ik weet hoe ze zich voelen, ook al zie je het er niet altijd aan af, ze doen hun best, dat weet ik zeker. Maar god, wat zou ik het leuk vinden als NEC weer in de eredivisie mag spelen, in een vol stadion, met de analisten zo mooi langs het veld, dat NEC er weer toe doet, al was het maar als kanonnenvoer voor Ajax. En om dat te bereiken, moeten ze in Breda winnen van NAC, dat zichzelf luidkeels heeft gebombardeerd tot favoriet voor promotie. Toch komt een aardig spelend NEC via een kopbal van Cas Odenthal op voorsprong. Maar dan komt de klad erin. Ze leunen te veel naar achter, bang om de voorsprong te verliezen, bang om de beslissende fout te maken. NEC speelt verkrampt, er wordt gescholden. Okita komt nauwelijks in het stuk voor. Natuurlijk gaat het mis, via de verse invaller Sydney van Hooijdonk weet NAC in de zeventigste minuut gelijk te maken. Er zijn door corona maar weinig supporters bij, uitfans zijn er sowieso niet, maar de NAC-fans maken geluid alsof het stadion stijf is uitverkocht. Mede omdat ze bij NAC ook verkrampt lijken door de spanning, houdt NEC in het restant van de wedstrijd stand. In de 89ste minuut staat de 1-1 nog steeds op het scorebord.

Een ingooi van Souffian El-Karouani naar Rangelo Janga, met een man in de rug controleert hij de bal en schuift hem terug naar zijn linksback die de bal niet aanneemt, maar meteen uitdraaiend halfhoog voorzet. Acht spelers van NAC staan in de eigen zestien, Okita staat ertussen. Lijkt hij er alles aan te doen om de voorzet te promoveren tot doelpunt? Wil hij die bal door de touwen jagen? Daar lijkt het niet op. Hij gaat het duel met zijn verdediger niet aan, maar maakt wel een split-step op het moment van de pass. Dat leerde ik met tennis vroeger ook: vlak voordat je tegenstander de bal slaat, maak je een klein sprongetje, op het moment dat je neerkomt ben je al in beweging en kun je dus beter te reageren op wat komen gaat. Je moet dat gewoon heel vaak doen zodat het een automatisme wordt en je het onbewust altijd doet. Als mijn bewuste zelf weer eens de leiding neemt en ik dus verkrampt begin te tennissen, is de split-step het eerste slachtoffer.

Na zijn split-step wurmt Okita zijn rechtervoet voor zijn verdediger, die zich druk maakt om allerlei zaken, maar geen idee heeft waar de bal zich op dat moment bevindt. Terwijl Okita naar achter leunt, maakt hij met de buitenkant van de voet contact met de bal, hij zet geen kracht, maakt gebruik van de vaart van de bal, die zo verandert van richting, naar de rechterkruising, in de geel-zwarte doelnetten. Ik heb nog nooit zo hard gejuicht.

Natuurlijk is de vreugde na het mooiste doelpunt uit zijn carrière even groot, maar tien minuten later praat Okita voor de camera weer gewoon alsof er een telefonische enquête bij hem wordt afgenomen. Tijdens het interview springt de euforische El Karouani hem om de nek, alle frustratie over het kloteseizoen komt er bij hem uit, ‘WE KOMEN ERAAN’. Okita glimlacht. ‘I Just touch the ball, now everything is good.’ Ook tijdens de huldiging, die nog diezelfde avond plaatsvindt, blijft hij rustig, op de achtergrond. Zijn medespelers maken het feest.

Maar ’s nachts, als Okita thuis is, pakt hij zijn telefoon. Hij zoekt de samenvatting van de wedstrijd en kijkt zijn eigen goal terug. En nog een keer. En nog een keer. En nog een keer. Naar eigen zeggen zeker honderd keer.

Hij was het echt zelf. Hij heeft het wonder laten gebeuren.
Daar doet hoMer dus niet aan mee

Gebruikersavatar
Gijscoman
Berichten: 7968
Lid geworden op: za 19 jul 2014, 21:21
Locatie: Groningen
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door Gijscoman »

hoMer schreef:
ma 16 mei 2022, 12:35
Misschien een beetje gek, maar nu onze promotieheld Okita vertrekt, vinden jullie het misschien mooi om de ode aan Okita die ik dit jaar in Hard Gras heb geschreven te lezen. Wat anderen er ook van vinden, hij is toch mijn held.

Het gaat ook heel erg over mezelf en over mijn sport tennis, maar het lijkt me toch mooi om te delen met de echte NEC-fans. Eigenlijk is dit niet de bedoeling, maar aangezien ik er niet vanuit ga dat mensen nu nog een Hard Gras van maart kopen, plaats ik het hier. Mocht je dit nou mooi vinden, overweeg dan ook eens een abonnement op hardgras, via www.hardgras.nl.

---
Het innerlijke spel van Jonathan Okita
Dat het thuispubliek fluit en scheldt, lijkt Jonathan Okita niet te deren. Tergend langzaam wandelt hij naar de zijlijn. Niets nieuws, zo’n treuzelwissel. Waarom haasten als de gewenste stand al op het bord staat? Maar dit is anders. Robert Mühren heeft tien minuten eerder Cambuur Leeuwarden via een penalty op voorsprong gezet en Okita speelt toch echt voor NEC.

Mijn liefde voor Jonathan Okita begon met een zelfhulpboek over tennis. Een tegenstander raadde het me aan. Ik startte sterk tegen ‘m, bijna achteloos sloeg ik de ballen waar ik ze wilde hebben, de eerste set was zo binnen. Daarna begon de ellende. Eerst waren het nog kleine foutjes: een bal ietsje naast de lijn of in het net, maar het werd van kwaad tot erger. Hoe harder ik mijn best deed geen fouten te maken, hoe groter de fouten werden. Op het einde van de wedstrijd vlogen ballen meters uit of onder in het net. De enige manier om binnen de lijnen te blijven was door de bal heel voorzichtig over het net te duwen. Totaal verkrampt verloor ik de beslissende set met 6-1.

Als ik een profvoetballer opzichtig zie falen, fantaseer ik wel ’s over de vraag of ik het beter had gedaan in zijn positie, maar meestal is er nog wel de realiteitszin om die vraag ontkennend te beantwoorden. Dit keer niet: op 31 januari 2020, in de wedstrijd tegen Cambuur, had NEC beter mij kunnen opstellen. Als Okita moet kaatsen, volgt een makkelijk te onderscheppen rollertje. Als hij wel een bal aan de voet houdt, loopt-ie er net zo lang mee in een willekeurige richting totdat een tegenstander bereid is ‘m van hem over te nemen, “voorzetten” verdwijnen linea recta over de achterlijn. Maar het ergste is de schijnbare desinteresse: het gesjok, het gebogen hoofd, duels verliest hij niet – was dat maar zo – hij ontwijkt ze. Alles wat hij doet lijkt slap. Fansite ForzaNEC beloont het optreden met het laagste cijfer ooit, een 2,5: ‘Als je er geen zin in hebt, blijf dan lekker thuis.’

‘Weet je wat jouw probleem is?’, vroeg mijn tegenstander na de wedstrijd, om meteen zelf het antwoord erachteraan te geven: ‘Je vertrouwt je eigen lichaam niet.’ Dat soort types heb je veel op tennisbanen, die denken dat de verliezer het leuk vindt om nog even met een biertje erbij het eigen falen na te beschouwen. ‘Dat klopt, en dat is volledig terecht!’, probeerde ik nog in de hoop het gesprek kort te houden. ‘Dat is helemaal niet terecht, je begon geweldig maar je verloor van jezelf.’ Ah ja, van jezelf verliezen, nog nooit eerder gehoord, thanks man! Dit was een man die op LinkedIn zonder ironie een plaatje deelt van een roedel wolven en hoe je daar als bedrijf van kunt leren, het allerergste soort man. ‘Nou, als ik van mezelf heb verloren, heb ik in elk geval van iemand gewonnen!’, was mijn laatste poging tot afkappen, maar hij was onverbiddelijk: ‘Nee, je hebt van niemand gewonnen, je hebt echt alleen van jezelf verloren. Ik heb dit ook zo vaak meegemaakt, maar dankzij een boek dat ik heb gelezen gaat het nu veel beter. Wat is je e-mail?’ Ik gaf mijn e-mailadres, hij pakte zijn telefoon en nog geen minuut later zat er een ebook in mijn inbox: The Inner Game of Tennis, van Timothy Gallwey, uit 1974. Het beste sportboek dat ik ooit heb gelezen.

The Inner Game leerde me dat er twee manieren zijn om je lichaam te besturen. Bewust en onbewust. Dat geldt voor tennis, maar ook voor dansen, seks, autoracen, en natuurlijk voor voetbal. Wie bewust een hoge bal aanneemt, denkt na over met welk lichaamsdeel hij de bal gaat stoppen en als het de rechtervoet wordt, waar hij zijn linkerbeen dan neerzet, hoe hij de vaart uit de bal gaat halen en welke kant van de voet hij daarvoor het meest geschikt vindt. Een onbewuste beweger kijkt naar hoe de bal komt aanvliegen en neemt ‘m aan. Hoe hij het doet weet-ie niet, hij doet gewoon. In het algemeen heb je meer succes met die onbewuste methode. Niet te veel nadenken over hoe je beweegt en vertrouwen op je lichaam. Je hebt al zo vaak tegen een bal geslagen, je hebt al zo vaak een hoge bal aangenomen, waarom zou je je lichaam nog allerlei instructies meegeven? Het heeft eigenlijk iets arrogants. De hele dag wandel je overal heen zonder ook maar één keer na te denken over hoe je dat eigenlijk doet. Maar op het moment suprême, als de bal jouw richting opkomt, ga jij je spieren met jarenlange ervaring vertellen wat ze moeten doen?

Onbewuste bewegers hebben doorgaans een ontspannen gezicht, je lichaam weet immers best dat je geen wangspieren nodig hebt om tegen aan bal te slaan of te schoppen. Die ontspannenheid wordt nog wel eens verward met nonchalance maar zolang het goed gaat, oogt het aantrekkelijk. Messi die in Camp Nou achteloos de bal over de keeper heen stift, Federer die op het centre court van Wimbledon haast verveeld een volley weglegt, Harry Mens in Businessclass die schijnbaar onbewogen het zoveelste topinterview afneemt. Jaloersmakend. En zolang het resultaat goed is, hoor je niemand klagen. Dan is het iemand ‘in the zone’, die ‘ijzig kalm blijft’. Pas als het misgaat komt de kritiek: hij is er ‘met z’n kop niet bij’, hij ‘doet zijn best niet’, hij heeft niet ‘de pure wil om te winnen’.

Tijdens de bewuste tenniswedstrijd hoorde je mij in de eerste set niet klagen, pas toen er kleine fouten in mijn spel slopen begon het gezeik. De resultaten van het spel van mijn onbewuste zelf vielen even een beetje tegen en hóp, mijn bewuste zelf nam het weer over. Mijn eigen lichaam ging niet bepaald goed om met die motie van wantrouwen en dat liet ik het weten ook. ‘Jezus, fucking hel, wat kan je wél?!’ Ik ging houteriger bewegen en hoe meer instructies ik aan mijn spieren gaf, hoe erger het werd. Zeker als een wedstrijd spannender wordt, is het extreem moeilijk om te blijven vertrouwen in je eigen kunnen wanneer de resultaten uitblijven. Om niet heel bewust harder je best te gaan doen, maar te blijven geloven in die spieren die je al zo lang van hot naar her brengen. De angst om te verliezen of de wil om te winnen werkt dan verlammend.

Voordat ik dat boek kreeg, is het me nooit geluk om de negatieve spiraal van frustratie over het eigen falen, harder je best doen en als gevolg daarvan nog harder falen om te keren. En met nooit bedoel ik letterlijk nul keer. Maar het boek staat vol met trucs waarmee ik mijn onbewuste zelf weer aan het werk kan zetten. Probeer bijvoorbeeld het merkje op de bal die op je afkomt te lezen, als je hoofd dat probeert heeft het geen tijd om instructies te geven, en naar de bal kijken moest je toch al doen. En stop met jezelf veroordelen: zeg na een punt niet ‘wat een klotebal, lul’, maar vraag je af waarom die bal in het net kwam en hoe je dat de volgende keer beter zou kunnen doen. Dat doe je natuurlijk wel bewust: je maakt een plan om betere resultaten te halen, maar daarna laat je het aan je onbewuste zelf over om dat uit te voeren. Je lijf heeft er niets aan als het bestraffend wordt toegesproken.

En dan had ik als amateurtennisser alleen last van mijn eigen kritiek, stel je eens voor dat je Jonathan Okita bent en er helemaal niets lukt. Deze week niet, vorige week niet en als de voortekenen niet bedriegen volgende week ook niet. Hoe blijf je dan nog geloven in je eigen lijf? Daar komt bij dat voetbal een sport is waarbij aanvallend per definitie heel veel niet lukt. Zelfs na anderhalf uur voetballen is het vaak nog 0-0. Een doelpunt maken is krankzinnig moeilijk, zeker als tien geïrriteerde teamgenoten en duizenden supporters ¬– omdat NEC al jaren kut speelt, zijn het er gelukkig ook weer niet zóveel – je van alles toeschreeuwen. De mensen willen aantoonbare inzet zien: opgestroopte mouwen, een forse tackle, een opzwepend gebaar naar de eigen tribune of desnoods een felle discussie met de scheidsrechter. Iets waarmee je laat zien dat je er zelf ook van baalt, dat je wel degelijk wil winnen. Een supportershand is snel gevuld, geef ze iéts. Maar Okita geeft helemaal niets. Dus het oordeel is geveld: hij is er met z’n kop niet bij, heeft niet de wil om te winnen.

In de 66e minuut wordt Okita uit z’n lijden verlost door publiekslieveling Randy Wolters, die onmiddellijk driftig een corner versiert en het publiek opzweept. Ik vind het afschuwelijk, het contrast met zo’n Wolters, die er prat op gaat dat hij bij elke club waar hij komt goed ligt bij de supporters, die zich laat fêteren in het supportershome door een biertje te drinken met de harde kern, die de helft van de tijd na de wedstrijd ook het uitvak uitgebreid bedankt omdat hij bij hun club ook nog een tijdje de demagoog heeft uitgehangen. Zo’n reserve-Dirk Kuyt die zonder ironie stelt dat hij zich als gewone jongen altijd thuis heeft gevoeld bij ‘echte volksclubs’. Zo’n jongen die ‘misschien niet altijd goed speelt, maar altijd laat zien dat hij er álles aan doet om te winnen.’

Okita zou nooit prat gaan op het feit dat hij ‘een gewone jongen is’, hoewel hij volgens het ‘started from the bottom now we’re here’-principe van Drake toch meer recht van spreken heeft dan een Kuyt of Wolters. Hij werd geboren in Köln, als zoon van Congolese ouders. Hij was vijf toen het gezin naar de banlieus van Parijs vertrok, omdat zijn vader daar werk vond. Hij zag de armoede, drugs en criminaliteit, maar naar eigen zeggen werd hij niet verleid: ‘In de hele wereld wordt in drugs gehandeld. Ik zag het rond me gebeuren, maar ik was jong. Ik heb een heel rustig karakter. […]. Mijn ouders hebben me goed opgevoed. Ik weet wat goed en fout is.’ Als Okita al met pers praat, spreekt hij Engels en nooit een woord te veel.

Na tien jaar in Frankrijk, verhuisde de familie Okita naar Brussel, op zijn zestiende debuteerde hij als prof in de Belgische Tweede klasse bij AFC Tubize, zijn debuut op het hoogste niveau volgde bij Standard Luik, na twee potjes in het eerste volgden vruchteloze huurperiodes bij KV Roeselare en Union Sint Gillis. Zonder een doelpunt gemaakt te hebben op welk Belgisch niveau dan ook, vertrok hij op z’n twintigste transfervrij naar Maastricht. Bij MVV maakte hij indruk, hij scoorde negentien keer en verdiende een transfer naar NEC.

Na een keurig eerste seizoen met vijftien doelpunten en dertien assists komt de klad erin, met als dieptepunt die thuiswedstrijd tegen Cambuur Leeuwarden. Ondanks de nadrukkelijk getoonde inzet van Randy Wolters verliest NEC met 0-2, door nog een goal van Mühren. Niet veel later maakt corona abrupt een einde aan het seizoen. NEC eindigt achtste, Wolters vertrekt naar Griekenland, waar hij ongetwijfeld goed ligt bij de supporters. Zijn hoogtepunt volgt in 2021, wanneer hij zwemmend te zien is in de videoclip van ‘Ik ga zwemmen’ (in Bacardi Lemon) van Mart Hoogkamer. Okita blijft steken op zes doelpunten. In de zomer probeert de club hem te verkopen, zelf geeft hij aan ook het liefst te vertrekken, maar niemand wil ‘m hebben.

En dus begint NEC aan alweer het derde jaar in de Keuken Kampioen Divisie met Okita in de aanval. Zijn speelstijl en instelling veranderen niet. Een typisch moment van Okita uit vorm: hij krijgt een bal ingespeeld met zijn rug naar de goal, zet zijn lichaam niet echt tussen de bal en de verdediger, lijkt de bal te verliezen maar duwt ‘m behendig over de voet van de tegenstander, hij kan de vrije man op het middenveld makkelijk inspelen maar kiest voor een ingewikkeld een-tweetje met zijn collegaspits, passt te zacht, is de bal kwijt en probeert nog geen minuut later precies hetzelfde nog een keer, tevergeefs.

De Okita van MVV en het eerste seizoen van NEC lijkt verdwenen. De nonchalance is er nog, de resultaten al lang niet meer. En eigenlijk is dat niet zo gek. Okita is namelijk helemaal niet zo’n goede voetballer. Ik heb een bevriende scout gevraagd om zijn rapport van Okita en het oordeel is niet mals. Wat valt onder het kopje ‘techniek’ is in elk geval niet eredivisiewaardig: een bal aannemen, met de bal aan de voet een directe tegenstander passeren en eigenlijk alles wat hij doet in de kleine ruimte is ondermaats. Dat wil niet zeggen dat hij het niet kan, maar wel dat het vaker misgaat dan bij anderen. In de open ruimte, dus op de counter is het nog wel aardig, maar NEC speelt in de Keuken Kampioen Divisie, waar tegenstanders slim genoeg zijn om die ruimte niet te geven. Of ze zijn simpelweg te slecht om van de eigen helft af te komen.

Toch blijf ik hopen op een opleving van Okita. Hij is niet bepaald de enige die in een vormcrisis zit, maar een hoop andere spelers heb ik überhaupt nog nooit iets bijzonders zien doen in een NEC-shirt. Van Okita weet ik dat hij het kan, ik heb het zelf gezien. Een typische actie van een Okita in vorm: hij begint te sprinten, niemand houdt ‘m bij, maar hij krijgt de bal achter zich gespeeld waardoor al het tempo uit de aanval is, hij houdt noodgedwongen in en zijn tegenstander haalt hem bij, maar met de bal aan de voet drijft hij de verdediger naar achteren, hij lijkt de bal te ver voor zich uit te spelen, de verdediger hapt, Okita passeert met een rechtse sleep, waardoor de bal voor zijn mindere linkervoet belandt, die hoek is niet makkelijk, maar met links schuift hij de bal laag in de lange hoek. Zijn acties zijn opportunistisch, het is hopen op een wonder en als dat wonder uitblijft vraag je je af waarom hij het in hemelsnaam in zijn hoofd haalde erin te geloven.

Als het dan eens wel lukt en hij na de wedstrijd een compliment van een journalist krijgt, reageert Okita uiterlijk onbewogen dat hij ‘happy’ is met de ‘three points’ en ‘happy’ dat hij het team heeft kunnen helpen: ‘I just do my thing you know.’

‘I just do my thing’, met dat citaat kun je Okita het best samenvatten. Maar dat ding dat hij doet, lukt al tijden niet meer. Het zit erin, maar het komt er niet uit. En dat is voor veel supporters erger dan een speler bij wie het er sowieso niet in zit. Hij krijgt op sociale media de volle laag: hij is een broodvoetballer, zit met zijn hoofd al lang bij een andere club, dat hij nog steeds zijn interviews in het Engels geeft, zegt genoeg over zijn binding met de club, en je kunt toch aan zijn spel zien dat het ‘m allemaal geen reet interesseert? Ik heb wat teamgenoten gevraagd of ze het eens zijn met die kritiek. Ze omschrijven Okita als een lieve, rustige jongen, maar niet als iemand die zijn best doet de vooroordelen over hem weg te nemen: ‘Waar ik wel een beetje jaloers op was, is dat het leek alsof het hem allemaal niet kon schelen’, zegt een oud-teamgenoot die inmiddels in het buitenland voetbalt. ‘Hij kwam altijd als laatste op de club bij het ontbijt, soms een paar minuten te laat. In het veld leek hij ook schijt te hebben, dat bedoel ik positief. Hij deed altijd z’n ding en als twee acties mislukte, maakt hij de derde keer weer een actie, ondanks dat jongens hem coachten of ondanks dat het publiek zat te nuilen.’

Dat nuilen, het gecultiveerde Nijmeegse zeuren op alles, bereikt Okita dat seizoen wel degelijk. Er komt naar buiten dat hij kampt met mentale problemen, een depressie wordt zelfs beweerd. ‘Ik had het gevoel dat alles misging’, zegt hij daar later over. ‘Voor het eerst in mijn carrière. Ik ben ook niet goed met de situatie omgegaan. Ik bekeek alles negatief’. Een andere omgeving zou hem goed doen, is de consensus in Nijmegen. Het liefst in Frankrijk, waar hij zich thuis voelt, en het liefst nog in de winterstop. Zo’n tobber in de selectie kunnen we niet gebruiken, we moeten promoveren, alle neuzen dezelfde kant op alstublieft.

Maar omdat andere clubs ook niet direct een versterking zien in een niet-scorende, aanvaller met motivatieproblemen, blijft Okita ook de tweede helft van het seizoen bij NEC, waar hij steeds vaker genoegen moet nemen met invalbeurten. Met het aanvalsduo Rangelo Janga en Elayis Tavsan bereikt NEC als zevende van de ranglijst ternauwernood de play-offs om promotie naar de eredivisie, waar geen rol weggelegd lijkt voor Okita. Maar in de eerste wedstrijd, uit tegen Almere, staat hij toch weer in de basis. Tavsan is geblesseerd afgehaakt en er is geen alternatief. Niet dat het supporters veel uitmaakt; of ze nou met Tavsan of Okita spelen, het vertrouwen in promotie is er sowieso niet.

Toch begint NEC uitstekend. Trainer Rogier Meijer heeft besloten in de play-offs met een extra verdediger te spelen en te leunen op de counter. Je speelt toch tegen de betere ploegen uit de competitie. Zijn aanpak heeft succes: Almere wordt verslagen en Okita scoort zowaar twee keer, in de complete competitie voorafgaand aan de play-offs maakte hij er maar vier. De 0-1 komt voort uit een lange bal die niet goed verwerkt wordt door een verdediger, Okita pikt ‘m op, kopt zichzelf al rennend richting het doel, passeert nog een verdediger en schuift de bal linksonder in het doel. De tweede goal is een makkie: door een fout van de keeper krijgt hij de bal voor zijn voeten, hij hoeft hem alleen maar in het lege doel te schuiven: 0-4. Daarna wint NEC thuis met 3-0 van Roda. Okita maakt de laatste treffer, wederom door alerter te zijn op een doorgekopte lange bal. Na vier jaar malaise is NEC tegen alle verwachtingen in nog maar één wedstrijd verwijderd van eredivisievoetbal.

Iedereen die een sport beoefent, herkent het: het moment dat je even buiten jezelf lijkt te treden en iets doet wat je zelf ook niet voor mogelijk had gehouden. Ik ben een tennisser met een matige motoriek en aangeboren concentratieproblemen, elke wedstrijd is een confrontatie met mijn tekortkomingen, maar soms slaat iemand een lob over me heen, ren ik er achteraan en sla ik ‘m zomaar opeens zonder te kijken achterstevoren langs mijn rug, strak langs de lijn. Maar het lastige is: alleen als ik het lef hebt onbewust te blijven bewegen, kan ik zo’n wonder laten gebeuren. Omdat ik zo’n bal altijd sla op het moment dat ik onbewust beweeg, kan ik het achteraf zelf ook niet helemaal geloven. Het is altijd alsof iemand anders die bal sloeg. The Inner Game leerde me dat ik dat wel degelijk zelf ben. Ik zal nooit proftennisser worden of zelfs ook maar clubkampioen, maar soms laat ik het wonder gebeuren, en als het gebeurt ben ik even ultiem gelukkig. Ik wou dat iemand eens zo’n bal filmde, ik zou het eindeloos terugkijken.

Ik heb me bij Okita wel eens afgevraagd of hij weet van al die theorie over bewust en onbewust bewegen. Zijn stoïcijnse houding lijkt me aangeboren, maar hoe summier ook: ‘gewoon je ding blijven doen’ is in feite precies waar dat hele boek om draait. Gewoon mijn ding blijven doen is geen talent van me. Als kind werd mij verteld dat ik ‘een goed stel hersens’ had, maar ook dat mijn motoriek slecht was. Ik deed mee aan de selectiedagen voor een tennisschool, maar al bij het warmlopen struikelde ik tijdens de kruispas over mijn eigen benen, met een forse schaafwond op mijn knie tot gevolg. De rest van het uur was voor spek en bonen. Mijn jongere broer daarentegen barstte van het talent, bewonderend keek ik toe hoe hij kampioen van Gelderland werd. Dat was voor mij niet weggelegd en daar had ik vrede mee. Wel ben ik altijd blijven spelen, elke wedstrijd keihard werkend, als een tennissende Randy Wolters, scheldend op mijn eigen lichaam, maar toch ook stiekem hopend dat het allemaal een keer mijn kant op zou vallen.

En ik ben altijd naar NEC blijven kijken. Balend, soms scheldend, maar ik kan het de matig presterende voetballers nooit echt kwalijk nemen. Ik weet hoe ze zich voelen, ook al zie je het er niet altijd aan af, ze doen hun best, dat weet ik zeker. Maar god, wat zou ik het leuk vinden als NEC weer in de eredivisie mag spelen, in een vol stadion, met de analisten zo mooi langs het veld, dat NEC er weer toe doet, al was het maar als kanonnenvoer voor Ajax. En om dat te bereiken, moeten ze in Breda winnen van NAC, dat zichzelf luidkeels heeft gebombardeerd tot favoriet voor promotie. Toch komt een aardig spelend NEC via een kopbal van Cas Odenthal op voorsprong. Maar dan komt de klad erin. Ze leunen te veel naar achter, bang om de voorsprong te verliezen, bang om de beslissende fout te maken. NEC speelt verkrampt, er wordt gescholden. Okita komt nauwelijks in het stuk voor. Natuurlijk gaat het mis, via de verse invaller Sydney van Hooijdonk weet NAC in de zeventigste minuut gelijk te maken. Er zijn door corona maar weinig supporters bij, uitfans zijn er sowieso niet, maar de NAC-fans maken geluid alsof het stadion stijf is uitverkocht. Mede omdat ze bij NAC ook verkrampt lijken door de spanning, houdt NEC in het restant van de wedstrijd stand. In de 89ste minuut staat de 1-1 nog steeds op het scorebord.

Een ingooi van Souffian El-Karouani naar Rangelo Janga, met een man in de rug controleert hij de bal en schuift hem terug naar zijn linksback die de bal niet aanneemt, maar meteen uitdraaiend halfhoog voorzet. Acht spelers van NAC staan in de eigen zestien, Okita staat ertussen. Lijkt hij er alles aan te doen om de voorzet te promoveren tot doelpunt? Wil hij die bal door de touwen jagen? Daar lijkt het niet op. Hij gaat het duel met zijn verdediger niet aan, maar maakt wel een split-step op het moment van de pass. Dat leerde ik met tennis vroeger ook: vlak voordat je tegenstander de bal slaat, maak je een klein sprongetje, op het moment dat je neerkomt ben je al in beweging en kun je dus beter te reageren op wat komen gaat. Je moet dat gewoon heel vaak doen zodat het een automatisme wordt en je het onbewust altijd doet. Als mijn bewuste zelf weer eens de leiding neemt en ik dus verkrampt begin te tennissen, is de split-step het eerste slachtoffer.

Na zijn split-step wurmt Okita zijn rechtervoet voor zijn verdediger, die zich druk maakt om allerlei zaken, maar geen idee heeft waar de bal zich op dat moment bevindt. Terwijl Okita naar achter leunt, maakt hij met de buitenkant van de voet contact met de bal, hij zet geen kracht, maakt gebruik van de vaart van de bal, die zo verandert van richting, naar de rechterkruising, in de geel-zwarte doelnetten. Ik heb nog nooit zo hard gejuicht.

Natuurlijk is de vreugde na het mooiste doelpunt uit zijn carrière even groot, maar tien minuten later praat Okita voor de camera weer gewoon alsof er een telefonische enquête bij hem wordt afgenomen. Tijdens het interview springt de euforische El Karouani hem om de nek, alle frustratie over het kloteseizoen komt er bij hem uit, ‘WE KOMEN ERAAN’. Okita glimlacht. ‘I Just touch the ball, now everything is good.’ Ook tijdens de huldiging, die nog diezelfde avond plaatsvindt, blijft hij rustig, op de achtergrond. Zijn medespelers maken het feest.

Maar ’s nachts, als Okita thuis is, pakt hij zijn telefoon. Hij zoekt de samenvatting van de wedstrijd en kijkt zijn eigen goal terug. En nog een keer. En nog een keer. En nog een keer. Naar eigen zeggen zeker honderd keer.

Hij was het echt zelf. Hij heeft het wonder laten gebeuren.
Heel erg mooi! Dank voor het delen

Mcel
Berichten: 2517
Lid geworden op: ma 26 nov 2007, 12:23
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door Mcel »

Gijscoman schreef:
ma 16 mei 2022, 13:06
hoMer schreef:
ma 16 mei 2022, 12:35
Misschien een beetje gek, maar nu onze promotieheld Okita vertrekt, vinden jullie het misschien mooi om de ode aan Okita die ik dit jaar in Hard Gras heb geschreven te lezen. Wat anderen er ook van vinden, hij is toch mijn held.

Het gaat ook heel erg over mezelf en over mijn sport tennis, maar het lijkt me toch mooi om te delen met de echte NEC-fans. Eigenlijk is dit niet de bedoeling, maar aangezien ik er niet vanuit ga dat mensen nu nog een Hard Gras van maart kopen, plaats ik het hier. Mocht je dit nou mooi vinden, overweeg dan ook eens een abonnement op hardgras, via www.hardgras.nl.

---
Het innerlijke spel van Jonathan Okita
Dat het thuispubliek fluit en scheldt, lijkt Jonathan Okita niet te deren. Tergend langzaam wandelt hij naar de zijlijn.

(........)

Maar ’s nachts, als Okita thuis is, pakt hij zijn telefoon. Hij zoekt de samenvatting van de wedstrijd en kijkt zijn eigen goal terug. En nog een keer. En nog een keer. En nog een keer. Naar eigen zeggen zeker honderd keer.

Hij was het echt zelf. Hij heeft het wonder laten gebeuren.
Heel erg mooi! Dank voor het delen
Zeker mooi! Thanks, hoMer!

WijchenNEC
Berichten: 1369
Lid geworden op: za 24 mar 2018, 10:39
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door WijchenNEC »

Mcel schreef:
ma 16 mei 2022, 13:10
Gijscoman schreef:
ma 16 mei 2022, 13:06
hoMer schreef:
ma 16 mei 2022, 12:35
Misschien een beetje gek, maar nu onze promotieheld Okita vertrekt, vinden jullie het misschien mooi om de ode aan Okita die ik dit jaar in Hard Gras heb geschreven te lezen. Wat anderen er ook van vinden, hij is toch mijn held.

Het gaat ook heel erg over mezelf en over mijn sport tennis, maar het lijkt me toch mooi om te delen met de echte NEC-fans. Eigenlijk is dit niet de bedoeling, maar aangezien ik er niet vanuit ga dat mensen nu nog een Hard Gras van maart kopen, plaats ik het hier. Mocht je dit nou mooi vinden, overweeg dan ook eens een abonnement op hardgras, via www.hardgras.nl.

---
Het innerlijke spel van Jonathan Okita
Dat het thuispubliek fluit en scheldt, lijkt Jonathan Okita niet te deren. Tergend langzaam wandelt hij naar de zijlijn.

(........)

Maar ’s nachts, als Okita thuis is, pakt hij zijn telefoon. Hij zoekt de samenvatting van de wedstrijd en kijkt zijn eigen goal terug. En nog een keer. En nog een keer. En nog een keer. Naar eigen zeggen zeker honderd keer.

Hij was het echt zelf. Hij heeft het wonder laten gebeuren.
Heel erg mooi! Dank voor het delen
Zeker mooi! Thanks, hoMer!
:withstupid: met heel veel plezier gelezen

Gebruikersavatar
hoMer
Berichten: 716
Lid geworden op: ma 04 jun 2007, 18:23
Locatie: Amsterdam
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door hoMer »

WijchenNEC schreef:
ma 16 mei 2022, 13:24
Mcel schreef:
ma 16 mei 2022, 13:10
Gijscoman schreef:
ma 16 mei 2022, 13:06
hoMer schreef:
ma 16 mei 2022, 12:35
Misschien een beetje gek, maar nu onze promotieheld Okita vertrekt, vinden jullie het misschien mooi om de ode aan Okita die ik dit jaar in Hard Gras heb geschreven te lezen. Wat anderen er ook van vinden, hij is toch mijn held.

Het gaat ook heel erg over mezelf en over mijn sport tennis, maar het lijkt me toch mooi om te delen met de echte NEC-fans. Eigenlijk is dit niet de bedoeling, maar aangezien ik er niet vanuit ga dat mensen nu nog een Hard Gras van maart kopen, plaats ik het hier. Mocht je dit nou mooi vinden, overweeg dan ook eens een abonnement op hardgras, via www.hardgras.nl.

---
Het innerlijke spel van Jonathan Okita
Dat het thuispubliek fluit en scheldt, lijkt Jonathan Okita niet te deren. Tergend langzaam wandelt hij naar de zijlijn.

(........)

Maar ’s nachts, als Okita thuis is, pakt hij zijn telefoon. Hij zoekt de samenvatting van de wedstrijd en kijkt zijn eigen goal terug. En nog een keer. En nog een keer. En nog een keer. Naar eigen zeggen zeker honderd keer.

Hij was het echt zelf. Hij heeft het wonder laten gebeuren.
Heel erg mooi! Dank voor het delen
Zeker mooi! Thanks, hoMer!
:withstupid: met heel veel plezier gelezen
Fijn, dank!
Daar doet hoMer dus niet aan mee

Gebruikersavatar
Mark Ariaans
Moderator
Berichten: 18582
Lid geworden op: do 28 aug 2008, 21:52
Locatie: Sheffield
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door Mark Ariaans »

Mooi stuk, Homer :tu:

Kan ook van harte 'The Chimp Paradox' van Steve Peters aanraden. Heb nog een ochtendsessie van hem bijgewoond. Koppelt je bewust-onbewust observatie aan brain biology. Steve doet/deed enorm veel werk met Britse sporters. En is en passant ook Dean van onze Medical School in Sheffield.

Gebruikersavatar
Pol
Berichten: 12736
Lid geworden op: wo 05 sep 2007, 18:02
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door Pol »

Wat een heerlijk stuk om te lezen. Ik neem aan dat schrijven je onbewust goed af gaat?

Gebruikersavatar
E.B.
Berichten: 4222
Lid geworden op: di 03 aug 2021, 15:10
Locatie: Wijchen
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door E.B. »

Pol schreef:
ma 16 mei 2022, 23:24
Wat een heerlijk stuk om te lezen. Ik neem aan dat schrijven je onbewust goed af gaat?
:withstupid: Leest goed weg.

Gebruikersavatar
Bottendaal
Berichten: 10082
Lid geworden op: vr 31 aug 2012, 09:26
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door Bottendaal »

Heerlijk stuk! Kippenvel bij je beschrijving van de alles beslissende goal…!

Nijmegen0413
Berichten: 6809
Lid geworden op: ma 25 apr 2016, 12:49
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door Nijmegen0413 »

hoMer schreef:
zo 15 mei 2022, 17:20
Henkiepenkie schreef:
zo 15 mei 2022, 16:58
Nijmegen0413 schreef:
zo 15 mei 2022, 16:53
Henkiepenkie schreef:
zo 15 mei 2022, 16:52
Nijmegen0413 schreef:
zo 15 mei 2022, 16:48
Henkiepenkie schreef:
zo 15 mei 2022, 16:47


Heel fijn allemaal. Het is en blijft een hele beperkte voetballer. Vandaag had hij er weer totaal geen zin in. Dan ben ik blij dat dit zijn laatste pot was voor NEC ja.
Lekkere supporter ben je dan. Ben jij vandaag ook voor het laatst geweest? Dat hoop ik namelijk van harte.
Want. Ik support mijn club zoveel ik kan. Spelers die er de kantjes van af lopen heb ik alleen de schurft aan. Dat jij daar genoegen mee neemt, prima
Ik kom naar het stadion om memorabele momenten te beleven. De intense vreugde die Okita iedere NEC’er heeft gebracht pakt niemand ons ooit meer af. Daarnaast een cruciale rol in lijfsbehoud gespeeld. Als je dan zo omgaat met zo’n jongen als jij doet, vind ik dat ronduit schandalig. Okita is een held en zal voor altijd herinnert worden door die schitterende dag in Breda.
Maak je niet zo druk man, ik ben uiteraard dankbaar voor de goals die hij gescoord heeft. Maar ik verwacht van een NEC’er niet zo’n slappe instelling. En dan is niet eenmalig iets bij hem. Daarom dat ik hem uitzwaai. 10x liever Cissoko
Zeiken op mentaliteit is van oudsher een trucje van supporters die niet willen toegeven dat ze niet zo goed weten waarom ze een speler niet mogen. Okita heeft een duidelijke stijl, is niet altijd even handig, maar heeft een prima instelling die zich ook heeft uitbetaald dit seizoen. Ik hoop dat hij een mooie club vindt.
Amen.

Nijmegen0413
Berichten: 6809
Lid geworden op: ma 25 apr 2016, 12:49
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door Nijmegen0413 »

hoMer schreef:
ma 16 mei 2022, 22:12
WijchenNEC schreef:
ma 16 mei 2022, 13:24
Mcel schreef:
ma 16 mei 2022, 13:10
Gijscoman schreef:
ma 16 mei 2022, 13:06
hoMer schreef:
ma 16 mei 2022, 12:35
Misschien een beetje gek, maar nu onze promotieheld Okita vertrekt, vinden jullie het misschien mooi om de ode aan Okita die ik dit jaar in Hard Gras heb geschreven te lezen. Wat anderen er ook van vinden, hij is toch mijn held.

Het gaat ook heel erg over mezelf en over mijn sport tennis, maar het lijkt me toch mooi om te delen met de echte NEC-fans. Eigenlijk is dit niet de bedoeling, maar aangezien ik er niet vanuit ga dat mensen nu nog een Hard Gras van maart kopen, plaats ik het hier. Mocht je dit nou mooi vinden, overweeg dan ook eens een abonnement op hardgras, via www.hardgras.nl.

---
Het innerlijke spel van Jonathan Okita
Dat het thuispubliek fluit en scheldt, lijkt Jonathan Okita niet te deren. Tergend langzaam wandelt hij naar de zijlijn.

(........)

Maar ’s nachts, als Okita thuis is, pakt hij zijn telefoon. Hij zoekt de samenvatting van de wedstrijd en kijkt zijn eigen goal terug. En nog een keer. En nog een keer. En nog een keer. Naar eigen zeggen zeker honderd keer.

Hij was het echt zelf. Hij heeft het wonder laten gebeuren.
Heel erg mooi! Dank voor het delen
Zeker mooi! Thanks, hoMer!
:withstupid: met heel veel plezier gelezen
Fijn, dank!
Kan ik ergens ook het hele stuk lezen?

Gebruikersavatar
Bottendaal
Berichten: 10082
Lid geworden op: vr 31 aug 2012, 09:26
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door Bottendaal »

Nijmegen0413 schreef:
di 17 mei 2022, 09:58
hoMer schreef:
ma 16 mei 2022, 22:12
WijchenNEC schreef:
ma 16 mei 2022, 13:24
Mcel schreef:
ma 16 mei 2022, 13:10
Gijscoman schreef:
ma 16 mei 2022, 13:06
hoMer schreef:
ma 16 mei 2022, 12:35
Misschien een beetje gek, maar nu onze promotieheld Okita vertrekt, vinden jullie het misschien mooi om de ode aan Okita die ik dit jaar in Hard Gras heb geschreven te lezen. Wat anderen er ook van vinden, hij is toch mijn held.

Het gaat ook heel erg over mezelf en over mijn sport tennis, maar het lijkt me toch mooi om te delen met de echte NEC-fans. Eigenlijk is dit niet de bedoeling, maar aangezien ik er niet vanuit ga dat mensen nu nog een Hard Gras van maart kopen, plaats ik het hier. Mocht je dit nou mooi vinden, overweeg dan ook eens een abonnement op hardgras, via www.hardgras.nl.

---
Het innerlijke spel van Jonathan Okita
Dat het thuispubliek fluit en scheldt, lijkt Jonathan Okita niet te deren. Tergend langzaam wandelt hij naar de zijlijn.

(........)

Maar ’s nachts, als Okita thuis is, pakt hij zijn telefoon. Hij zoekt de samenvatting van de wedstrijd en kijkt zijn eigen goal terug. En nog een keer. En nog een keer. En nog een keer. Naar eigen zeggen zeker honderd keer.

Hij was het echt zelf. Hij heeft het wonder laten gebeuren.
Heel erg mooi! Dank voor het delen
Zeker mooi! Thanks, hoMer!
:withstupid: met heel veel plezier gelezen
Fijn, dank!
Kan ik ergens ook het hele stuk lezen?
Ja, 10 posts omhoog…

Gebruikersavatar
burp
Berichten: 20547
Lid geworden op: zo 03 jun 2007, 15:58
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door burp »

inderdaad een mooi stuk, heb kostelijk gelachen om de rake beschrijving van Randy Wolters. :biggrin:

Ik trek het alleen niet om regelmatig van dit soort stukken te lezen, dan ken je het kunstje ondertussen ook wel.
Maar voor zo af en toe, helemaal mooi!

Gebruikersavatar
hoMer
Berichten: 716
Lid geworden op: ma 04 jun 2007, 18:23
Locatie: Amsterdam
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door hoMer »

burp schreef:
di 17 mei 2022, 15:51
inderdaad een mooi stuk, heb kostelijk gelachen om de rake beschrijving van Randy Wolters. :biggrin:

Ik trek het alleen niet om regelmatig van dit soort stukken te lezen, dan ken je het kunstje ondertussen ook wel.
Maar voor zo af en toe, helemaal mooi!
Ik heb hetzelfde met dat soort stukken schrijven hoor, ik kan maar eens in de zoveel tijd zo romantisch doen over sport.
Daar doet hoMer dus niet aan mee

Nijmegen0413
Berichten: 6809
Lid geworden op: ma 25 apr 2016, 12:49
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door Nijmegen0413 »

hoMer schreef:
ma 16 mei 2022, 12:35
Misschien een beetje gek, maar nu onze promotieheld Okita vertrekt, vinden jullie het misschien mooi om de ode aan Okita die ik dit jaar in Hard Gras heb geschreven te lezen. Wat anderen er ook van vinden, hij is toch mijn held.

Het gaat ook heel erg over mezelf en over mijn sport tennis, maar het lijkt me toch mooi om te delen met de echte NEC-fans. Eigenlijk is dit niet de bedoeling, maar aangezien ik er niet vanuit ga dat mensen nu nog een Hard Gras van maart kopen, plaats ik het hier. Mocht je dit nou mooi vinden, overweeg dan ook eens een abonnement op hardgras, via www.hardgras.nl.

---
Het innerlijke spel van Jonathan Okita
Dat het thuispubliek fluit en scheldt, lijkt Jonathan Okita niet te deren. Tergend langzaam wandelt hij naar de zijlijn. Niets nieuws, zo’n treuzelwissel. Waarom haasten als de gewenste stand al op het bord staat? Maar dit is anders. Robert Mühren heeft tien minuten eerder Cambuur Leeuwarden via een penalty op voorsprong gezet en Okita speelt toch echt voor NEC.

Mijn liefde voor Jonathan Okita begon met een zelfhulpboek over tennis. Een tegenstander raadde het me aan. Ik startte sterk tegen ‘m, bijna achteloos sloeg ik de ballen waar ik ze wilde hebben, de eerste set was zo binnen. Daarna begon de ellende. Eerst waren het nog kleine foutjes: een bal ietsje naast de lijn of in het net, maar het werd van kwaad tot erger. Hoe harder ik mijn best deed geen fouten te maken, hoe groter de fouten werden. Op het einde van de wedstrijd vlogen ballen meters uit of onder in het net. De enige manier om binnen de lijnen te blijven was door de bal heel voorzichtig over het net te duwen. Totaal verkrampt verloor ik de beslissende set met 6-1.

Als ik een profvoetballer opzichtig zie falen, fantaseer ik wel ’s over de vraag of ik het beter had gedaan in zijn positie, maar meestal is er nog wel de realiteitszin om die vraag ontkennend te beantwoorden. Dit keer niet: op 31 januari 2020, in de wedstrijd tegen Cambuur, had NEC beter mij kunnen opstellen. Als Okita moet kaatsen, volgt een makkelijk te onderscheppen rollertje. Als hij wel een bal aan de voet houdt, loopt-ie er net zo lang mee in een willekeurige richting totdat een tegenstander bereid is ‘m van hem over te nemen, “voorzetten” verdwijnen linea recta over de achterlijn. Maar het ergste is de schijnbare desinteresse: het gesjok, het gebogen hoofd, duels verliest hij niet – was dat maar zo – hij ontwijkt ze. Alles wat hij doet lijkt slap. Fansite ForzaNEC beloont het optreden met het laagste cijfer ooit, een 2,5: ‘Als je er geen zin in hebt, blijf dan lekker thuis.’

‘Weet je wat jouw probleem is?’, vroeg mijn tegenstander na de wedstrijd, om meteen zelf het antwoord erachteraan te geven: ‘Je vertrouwt je eigen lichaam niet.’ Dat soort types heb je veel op tennisbanen, die denken dat de verliezer het leuk vindt om nog even met een biertje erbij het eigen falen na te beschouwen. ‘Dat klopt, en dat is volledig terecht!’, probeerde ik nog in de hoop het gesprek kort te houden. ‘Dat is helemaal niet terecht, je begon geweldig maar je verloor van jezelf.’ Ah ja, van jezelf verliezen, nog nooit eerder gehoord, thanks man! Dit was een man die op LinkedIn zonder ironie een plaatje deelt van een roedel wolven en hoe je daar als bedrijf van kunt leren, het allerergste soort man. ‘Nou, als ik van mezelf heb verloren, heb ik in elk geval van iemand gewonnen!’, was mijn laatste poging tot afkappen, maar hij was onverbiddelijk: ‘Nee, je hebt van niemand gewonnen, je hebt echt alleen van jezelf verloren. Ik heb dit ook zo vaak meegemaakt, maar dankzij een boek dat ik heb gelezen gaat het nu veel beter. Wat is je e-mail?’ Ik gaf mijn e-mailadres, hij pakte zijn telefoon en nog geen minuut later zat er een ebook in mijn inbox: The Inner Game of Tennis, van Timothy Gallwey, uit 1974. Het beste sportboek dat ik ooit heb gelezen.

The Inner Game leerde me dat er twee manieren zijn om je lichaam te besturen. Bewust en onbewust. Dat geldt voor tennis, maar ook voor dansen, seks, autoracen, en natuurlijk voor voetbal. Wie bewust een hoge bal aanneemt, denkt na over met welk lichaamsdeel hij de bal gaat stoppen en als het de rechtervoet wordt, waar hij zijn linkerbeen dan neerzet, hoe hij de vaart uit de bal gaat halen en welke kant van de voet hij daarvoor het meest geschikt vindt. Een onbewuste beweger kijkt naar hoe de bal komt aanvliegen en neemt ‘m aan. Hoe hij het doet weet-ie niet, hij doet gewoon. In het algemeen heb je meer succes met die onbewuste methode. Niet te veel nadenken over hoe je beweegt en vertrouwen op je lichaam. Je hebt al zo vaak tegen een bal geslagen, je hebt al zo vaak een hoge bal aangenomen, waarom zou je je lichaam nog allerlei instructies meegeven? Het heeft eigenlijk iets arrogants. De hele dag wandel je overal heen zonder ook maar één keer na te denken over hoe je dat eigenlijk doet. Maar op het moment suprême, als de bal jouw richting opkomt, ga jij je spieren met jarenlange ervaring vertellen wat ze moeten doen?

Onbewuste bewegers hebben doorgaans een ontspannen gezicht, je lichaam weet immers best dat je geen wangspieren nodig hebt om tegen aan bal te slaan of te schoppen. Die ontspannenheid wordt nog wel eens verward met nonchalance maar zolang het goed gaat, oogt het aantrekkelijk. Messi die in Camp Nou achteloos de bal over de keeper heen stift, Federer die op het centre court van Wimbledon haast verveeld een volley weglegt, Harry Mens in Businessclass die schijnbaar onbewogen het zoveelste topinterview afneemt. Jaloersmakend. En zolang het resultaat goed is, hoor je niemand klagen. Dan is het iemand ‘in the zone’, die ‘ijzig kalm blijft’. Pas als het misgaat komt de kritiek: hij is er ‘met z’n kop niet bij’, hij ‘doet zijn best niet’, hij heeft niet ‘de pure wil om te winnen’.

Tijdens de bewuste tenniswedstrijd hoorde je mij in de eerste set niet klagen, pas toen er kleine fouten in mijn spel slopen begon het gezeik. De resultaten van het spel van mijn onbewuste zelf vielen even een beetje tegen en hóp, mijn bewuste zelf nam het weer over. Mijn eigen lichaam ging niet bepaald goed om met die motie van wantrouwen en dat liet ik het weten ook. ‘Jezus, fucking hel, wat kan je wél?!’ Ik ging houteriger bewegen en hoe meer instructies ik aan mijn spieren gaf, hoe erger het werd. Zeker als een wedstrijd spannender wordt, is het extreem moeilijk om te blijven vertrouwen in je eigen kunnen wanneer de resultaten uitblijven. Om niet heel bewust harder je best te gaan doen, maar te blijven geloven in die spieren die je al zo lang van hot naar her brengen. De angst om te verliezen of de wil om te winnen werkt dan verlammend.

Voordat ik dat boek kreeg, is het me nooit geluk om de negatieve spiraal van frustratie over het eigen falen, harder je best doen en als gevolg daarvan nog harder falen om te keren. En met nooit bedoel ik letterlijk nul keer. Maar het boek staat vol met trucs waarmee ik mijn onbewuste zelf weer aan het werk kan zetten. Probeer bijvoorbeeld het merkje op de bal die op je afkomt te lezen, als je hoofd dat probeert heeft het geen tijd om instructies te geven, en naar de bal kijken moest je toch al doen. En stop met jezelf veroordelen: zeg na een punt niet ‘wat een klotebal, lul’, maar vraag je af waarom die bal in het net kwam en hoe je dat de volgende keer beter zou kunnen doen. Dat doe je natuurlijk wel bewust: je maakt een plan om betere resultaten te halen, maar daarna laat je het aan je onbewuste zelf over om dat uit te voeren. Je lijf heeft er niets aan als het bestraffend wordt toegesproken.

En dan had ik als amateurtennisser alleen last van mijn eigen kritiek, stel je eens voor dat je Jonathan Okita bent en er helemaal niets lukt. Deze week niet, vorige week niet en als de voortekenen niet bedriegen volgende week ook niet. Hoe blijf je dan nog geloven in je eigen lijf? Daar komt bij dat voetbal een sport is waarbij aanvallend per definitie heel veel niet lukt. Zelfs na anderhalf uur voetballen is het vaak nog 0-0. Een doelpunt maken is krankzinnig moeilijk, zeker als tien geïrriteerde teamgenoten en duizenden supporters ¬– omdat NEC al jaren kut speelt, zijn het er gelukkig ook weer niet zóveel – je van alles toeschreeuwen. De mensen willen aantoonbare inzet zien: opgestroopte mouwen, een forse tackle, een opzwepend gebaar naar de eigen tribune of desnoods een felle discussie met de scheidsrechter. Iets waarmee je laat zien dat je er zelf ook van baalt, dat je wel degelijk wil winnen. Een supportershand is snel gevuld, geef ze iéts. Maar Okita geeft helemaal niets. Dus het oordeel is geveld: hij is er met z’n kop niet bij, heeft niet de wil om te winnen.

In de 66e minuut wordt Okita uit z’n lijden verlost door publiekslieveling Randy Wolters, die onmiddellijk driftig een corner versiert en het publiek opzweept. Ik vind het afschuwelijk, het contrast met zo’n Wolters, die er prat op gaat dat hij bij elke club waar hij komt goed ligt bij de supporters, die zich laat fêteren in het supportershome door een biertje te drinken met de harde kern, die de helft van de tijd na de wedstrijd ook het uitvak uitgebreid bedankt omdat hij bij hun club ook nog een tijdje de demagoog heeft uitgehangen. Zo’n reserve-Dirk Kuyt die zonder ironie stelt dat hij zich als gewone jongen altijd thuis heeft gevoeld bij ‘echte volksclubs’. Zo’n jongen die ‘misschien niet altijd goed speelt, maar altijd laat zien dat hij er álles aan doet om te winnen.’

Okita zou nooit prat gaan op het feit dat hij ‘een gewone jongen is’, hoewel hij volgens het ‘started from the bottom now we’re here’-principe van Drake toch meer recht van spreken heeft dan een Kuyt of Wolters. Hij werd geboren in Köln, als zoon van Congolese ouders. Hij was vijf toen het gezin naar de banlieus van Parijs vertrok, omdat zijn vader daar werk vond. Hij zag de armoede, drugs en criminaliteit, maar naar eigen zeggen werd hij niet verleid: ‘In de hele wereld wordt in drugs gehandeld. Ik zag het rond me gebeuren, maar ik was jong. Ik heb een heel rustig karakter. […]. Mijn ouders hebben me goed opgevoed. Ik weet wat goed en fout is.’ Als Okita al met pers praat, spreekt hij Engels en nooit een woord te veel.

Na tien jaar in Frankrijk, verhuisde de familie Okita naar Brussel, op zijn zestiende debuteerde hij als prof in de Belgische Tweede klasse bij AFC Tubize, zijn debuut op het hoogste niveau volgde bij Standard Luik, na twee potjes in het eerste volgden vruchteloze huurperiodes bij KV Roeselare en Union Sint Gillis. Zonder een doelpunt gemaakt te hebben op welk Belgisch niveau dan ook, vertrok hij op z’n twintigste transfervrij naar Maastricht. Bij MVV maakte hij indruk, hij scoorde negentien keer en verdiende een transfer naar NEC.

Na een keurig eerste seizoen met vijftien doelpunten en dertien assists komt de klad erin, met als dieptepunt die thuiswedstrijd tegen Cambuur Leeuwarden. Ondanks de nadrukkelijk getoonde inzet van Randy Wolters verliest NEC met 0-2, door nog een goal van Mühren. Niet veel later maakt corona abrupt een einde aan het seizoen. NEC eindigt achtste, Wolters vertrekt naar Griekenland, waar hij ongetwijfeld goed ligt bij de supporters. Zijn hoogtepunt volgt in 2021, wanneer hij zwemmend te zien is in de videoclip van ‘Ik ga zwemmen’ (in Bacardi Lemon) van Mart Hoogkamer. Okita blijft steken op zes doelpunten. In de zomer probeert de club hem te verkopen, zelf geeft hij aan ook het liefst te vertrekken, maar niemand wil ‘m hebben.

En dus begint NEC aan alweer het derde jaar in de Keuken Kampioen Divisie met Okita in de aanval. Zijn speelstijl en instelling veranderen niet. Een typisch moment van Okita uit vorm: hij krijgt een bal ingespeeld met zijn rug naar de goal, zet zijn lichaam niet echt tussen de bal en de verdediger, lijkt de bal te verliezen maar duwt ‘m behendig over de voet van de tegenstander, hij kan de vrije man op het middenveld makkelijk inspelen maar kiest voor een ingewikkeld een-tweetje met zijn collegaspits, passt te zacht, is de bal kwijt en probeert nog geen minuut later precies hetzelfde nog een keer, tevergeefs.

De Okita van MVV en het eerste seizoen van NEC lijkt verdwenen. De nonchalance is er nog, de resultaten al lang niet meer. En eigenlijk is dat niet zo gek. Okita is namelijk helemaal niet zo’n goede voetballer. Ik heb een bevriende scout gevraagd om zijn rapport van Okita en het oordeel is niet mals. Wat valt onder het kopje ‘techniek’ is in elk geval niet eredivisiewaardig: een bal aannemen, met de bal aan de voet een directe tegenstander passeren en eigenlijk alles wat hij doet in de kleine ruimte is ondermaats. Dat wil niet zeggen dat hij het niet kan, maar wel dat het vaker misgaat dan bij anderen. In de open ruimte, dus op de counter is het nog wel aardig, maar NEC speelt in de Keuken Kampioen Divisie, waar tegenstanders slim genoeg zijn om die ruimte niet te geven. Of ze zijn simpelweg te slecht om van de eigen helft af te komen.

Toch blijf ik hopen op een opleving van Okita. Hij is niet bepaald de enige die in een vormcrisis zit, maar een hoop andere spelers heb ik überhaupt nog nooit iets bijzonders zien doen in een NEC-shirt. Van Okita weet ik dat hij het kan, ik heb het zelf gezien. Een typische actie van een Okita in vorm: hij begint te sprinten, niemand houdt ‘m bij, maar hij krijgt de bal achter zich gespeeld waardoor al het tempo uit de aanval is, hij houdt noodgedwongen in en zijn tegenstander haalt hem bij, maar met de bal aan de voet drijft hij de verdediger naar achteren, hij lijkt de bal te ver voor zich uit te spelen, de verdediger hapt, Okita passeert met een rechtse sleep, waardoor de bal voor zijn mindere linkervoet belandt, die hoek is niet makkelijk, maar met links schuift hij de bal laag in de lange hoek. Zijn acties zijn opportunistisch, het is hopen op een wonder en als dat wonder uitblijft vraag je je af waarom hij het in hemelsnaam in zijn hoofd haalde erin te geloven.

Als het dan eens wel lukt en hij na de wedstrijd een compliment van een journalist krijgt, reageert Okita uiterlijk onbewogen dat hij ‘happy’ is met de ‘three points’ en ‘happy’ dat hij het team heeft kunnen helpen: ‘I just do my thing you know.’

‘I just do my thing’, met dat citaat kun je Okita het best samenvatten. Maar dat ding dat hij doet, lukt al tijden niet meer. Het zit erin, maar het komt er niet uit. En dat is voor veel supporters erger dan een speler bij wie het er sowieso niet in zit. Hij krijgt op sociale media de volle laag: hij is een broodvoetballer, zit met zijn hoofd al lang bij een andere club, dat hij nog steeds zijn interviews in het Engels geeft, zegt genoeg over zijn binding met de club, en je kunt toch aan zijn spel zien dat het ‘m allemaal geen reet interesseert? Ik heb wat teamgenoten gevraagd of ze het eens zijn met die kritiek. Ze omschrijven Okita als een lieve, rustige jongen, maar niet als iemand die zijn best doet de vooroordelen over hem weg te nemen: ‘Waar ik wel een beetje jaloers op was, is dat het leek alsof het hem allemaal niet kon schelen’, zegt een oud-teamgenoot die inmiddels in het buitenland voetbalt. ‘Hij kwam altijd als laatste op de club bij het ontbijt, soms een paar minuten te laat. In het veld leek hij ook schijt te hebben, dat bedoel ik positief. Hij deed altijd z’n ding en als twee acties mislukte, maakt hij de derde keer weer een actie, ondanks dat jongens hem coachten of ondanks dat het publiek zat te nuilen.’

Dat nuilen, het gecultiveerde Nijmeegse zeuren op alles, bereikt Okita dat seizoen wel degelijk. Er komt naar buiten dat hij kampt met mentale problemen, een depressie wordt zelfs beweerd. ‘Ik had het gevoel dat alles misging’, zegt hij daar later over. ‘Voor het eerst in mijn carrière. Ik ben ook niet goed met de situatie omgegaan. Ik bekeek alles negatief’. Een andere omgeving zou hem goed doen, is de consensus in Nijmegen. Het liefst in Frankrijk, waar hij zich thuis voelt, en het liefst nog in de winterstop. Zo’n tobber in de selectie kunnen we niet gebruiken, we moeten promoveren, alle neuzen dezelfde kant op alstublieft.

Maar omdat andere clubs ook niet direct een versterking zien in een niet-scorende, aanvaller met motivatieproblemen, blijft Okita ook de tweede helft van het seizoen bij NEC, waar hij steeds vaker genoegen moet nemen met invalbeurten. Met het aanvalsduo Rangelo Janga en Elayis Tavsan bereikt NEC als zevende van de ranglijst ternauwernood de play-offs om promotie naar de eredivisie, waar geen rol weggelegd lijkt voor Okita. Maar in de eerste wedstrijd, uit tegen Almere, staat hij toch weer in de basis. Tavsan is geblesseerd afgehaakt en er is geen alternatief. Niet dat het supporters veel uitmaakt; of ze nou met Tavsan of Okita spelen, het vertrouwen in promotie is er sowieso niet.

Toch begint NEC uitstekend. Trainer Rogier Meijer heeft besloten in de play-offs met een extra verdediger te spelen en te leunen op de counter. Je speelt toch tegen de betere ploegen uit de competitie. Zijn aanpak heeft succes: Almere wordt verslagen en Okita scoort zowaar twee keer, in de complete competitie voorafgaand aan de play-offs maakte hij er maar vier. De 0-1 komt voort uit een lange bal die niet goed verwerkt wordt door een verdediger, Okita pikt ‘m op, kopt zichzelf al rennend richting het doel, passeert nog een verdediger en schuift de bal linksonder in het doel. De tweede goal is een makkie: door een fout van de keeper krijgt hij de bal voor zijn voeten, hij hoeft hem alleen maar in het lege doel te schuiven: 0-4. Daarna wint NEC thuis met 3-0 van Roda. Okita maakt de laatste treffer, wederom door alerter te zijn op een doorgekopte lange bal. Na vier jaar malaise is NEC tegen alle verwachtingen in nog maar één wedstrijd verwijderd van eredivisievoetbal.

Iedereen die een sport beoefent, herkent het: het moment dat je even buiten jezelf lijkt te treden en iets doet wat je zelf ook niet voor mogelijk had gehouden. Ik ben een tennisser met een matige motoriek en aangeboren concentratieproblemen, elke wedstrijd is een confrontatie met mijn tekortkomingen, maar soms slaat iemand een lob over me heen, ren ik er achteraan en sla ik ‘m zomaar opeens zonder te kijken achterstevoren langs mijn rug, strak langs de lijn. Maar het lastige is: alleen als ik het lef hebt onbewust te blijven bewegen, kan ik zo’n wonder laten gebeuren. Omdat ik zo’n bal altijd sla op het moment dat ik onbewust beweeg, kan ik het achteraf zelf ook niet helemaal geloven. Het is altijd alsof iemand anders die bal sloeg. The Inner Game leerde me dat ik dat wel degelijk zelf ben. Ik zal nooit proftennisser worden of zelfs ook maar clubkampioen, maar soms laat ik het wonder gebeuren, en als het gebeurt ben ik even ultiem gelukkig. Ik wou dat iemand eens zo’n bal filmde, ik zou het eindeloos terugkijken.

Ik heb me bij Okita wel eens afgevraagd of hij weet van al die theorie over bewust en onbewust bewegen. Zijn stoïcijnse houding lijkt me aangeboren, maar hoe summier ook: ‘gewoon je ding blijven doen’ is in feite precies waar dat hele boek om draait. Gewoon mijn ding blijven doen is geen talent van me. Als kind werd mij verteld dat ik ‘een goed stel hersens’ had, maar ook dat mijn motoriek slecht was. Ik deed mee aan de selectiedagen voor een tennisschool, maar al bij het warmlopen struikelde ik tijdens de kruispas over mijn eigen benen, met een forse schaafwond op mijn knie tot gevolg. De rest van het uur was voor spek en bonen. Mijn jongere broer daarentegen barstte van het talent, bewonderend keek ik toe hoe hij kampioen van Gelderland werd. Dat was voor mij niet weggelegd en daar had ik vrede mee. Wel ben ik altijd blijven spelen, elke wedstrijd keihard werkend, als een tennissende Randy Wolters, scheldend op mijn eigen lichaam, maar toch ook stiekem hopend dat het allemaal een keer mijn kant op zou vallen.

En ik ben altijd naar NEC blijven kijken. Balend, soms scheldend, maar ik kan het de matig presterende voetballers nooit echt kwalijk nemen. Ik weet hoe ze zich voelen, ook al zie je het er niet altijd aan af, ze doen hun best, dat weet ik zeker. Maar god, wat zou ik het leuk vinden als NEC weer in de eredivisie mag spelen, in een vol stadion, met de analisten zo mooi langs het veld, dat NEC er weer toe doet, al was het maar als kanonnenvoer voor Ajax. En om dat te bereiken, moeten ze in Breda winnen van NAC, dat zichzelf luidkeels heeft gebombardeerd tot favoriet voor promotie. Toch komt een aardig spelend NEC via een kopbal van Cas Odenthal op voorsprong. Maar dan komt de klad erin. Ze leunen te veel naar achter, bang om de voorsprong te verliezen, bang om de beslissende fout te maken. NEC speelt verkrampt, er wordt gescholden. Okita komt nauwelijks in het stuk voor. Natuurlijk gaat het mis, via de verse invaller Sydney van Hooijdonk weet NAC in de zeventigste minuut gelijk te maken. Er zijn door corona maar weinig supporters bij, uitfans zijn er sowieso niet, maar de NAC-fans maken geluid alsof het stadion stijf is uitverkocht. Mede omdat ze bij NAC ook verkrampt lijken door de spanning, houdt NEC in het restant van de wedstrijd stand. In de 89ste minuut staat de 1-1 nog steeds op het scorebord.

Een ingooi van Souffian El-Karouani naar Rangelo Janga, met een man in de rug controleert hij de bal en schuift hem terug naar zijn linksback die de bal niet aanneemt, maar meteen uitdraaiend halfhoog voorzet. Acht spelers van NAC staan in de eigen zestien, Okita staat ertussen. Lijkt hij er alles aan te doen om de voorzet te promoveren tot doelpunt? Wil hij die bal door de touwen jagen? Daar lijkt het niet op. Hij gaat het duel met zijn verdediger niet aan, maar maakt wel een split-step op het moment van de pass. Dat leerde ik met tennis vroeger ook: vlak voordat je tegenstander de bal slaat, maak je een klein sprongetje, op het moment dat je neerkomt ben je al in beweging en kun je dus beter te reageren op wat komen gaat. Je moet dat gewoon heel vaak doen zodat het een automatisme wordt en je het onbewust altijd doet. Als mijn bewuste zelf weer eens de leiding neemt en ik dus verkrampt begin te tennissen, is de split-step het eerste slachtoffer.

Na zijn split-step wurmt Okita zijn rechtervoet voor zijn verdediger, die zich druk maakt om allerlei zaken, maar geen idee heeft waar de bal zich op dat moment bevindt. Terwijl Okita naar achter leunt, maakt hij met de buitenkant van de voet contact met de bal, hij zet geen kracht, maakt gebruik van de vaart van de bal, die zo verandert van richting, naar de rechterkruising, in de geel-zwarte doelnetten. Ik heb nog nooit zo hard gejuicht.

Natuurlijk is de vreugde na het mooiste doelpunt uit zijn carrière even groot, maar tien minuten later praat Okita voor de camera weer gewoon alsof er een telefonische enquête bij hem wordt afgenomen. Tijdens het interview springt de euforische El Karouani hem om de nek, alle frustratie over het kloteseizoen komt er bij hem uit, ‘WE KOMEN ERAAN’. Okita glimlacht. ‘I Just touch the ball, now everything is good.’ Ook tijdens de huldiging, die nog diezelfde avond plaatsvindt, blijft hij rustig, op de achtergrond. Zijn medespelers maken het feest.

Maar ’s nachts, als Okita thuis is, pakt hij zijn telefoon. Hij zoekt de samenvatting van de wedstrijd en kijkt zijn eigen goal terug. En nog een keer. En nog een keer. En nog een keer. Naar eigen zeggen zeker honderd keer.

Hij was het echt zelf. Hij heeft het wonder laten gebeuren.
Wat een geweldig stuk. De ontlading na de goal en het geweldige feest zal mij levenslang bijblijven. En de initiator van dit feest zal voor mij altijd een held blijven. Het ga je goed Jonathan! :sjaal:

Gebruikersavatar
bertje
Berichten: 26604
Lid geworden op: do 17 jan 2008, 12:27
Locatie: Nijmegen
Contacteer:

Re: Jonathan Okita

Bericht door bertje »

Schitterend stuk! Iets wat Noviomagum eens zou moeten lezen, dan krijgt hij misschien ook meer begrip waarom het bij NEC spelers vaker mis dan goed gaat.
Sticks and stones may break my bones, but there will always be something to offend a feminist.

Plaats reactie

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: bertje, Henkiepenkie, Ketel en 19 gasten